VOOR OPVOEDERS

Rondom

Op 5 juni was de EO-jongerendag. Lijkt dat jou ook wel wat om eens naar toe te gaan of ben je er al eens geweest?

Het geloof

In 1997 schreef de heer L.M.P. Scholten hierover in De Wachter Sions.

Dertigduizend jongeren massaal bijeen in een voetbalstadion in Utrecht. 14 Juni EOjongerendag. Moeten we daarover schrijven? Eerlijk gezegd, we hebben het eerder nooit gewild. Het komt zo snel in de sfeer van “Jullie kraken alles altijd af”. En dan denken we maar, dat onze jongeren wel zo verstandig zijn om niet naar dergelijke bijeenkomsten toe te gaan. Tot er een ogenblik komt, dat zwijgen niet langer meer mogelijk is.

We lazen in twee verschillende krantenverslagen, in ongeveer dezelfde bewoordingen, dat een van de sprekers de dertigduizend jongeren (dat is vijfmaal zoveel mensen als op een Mbuma-zendingsdag) het volgende voorhield: “Wij hebben een God Die er alles aan gedaan heeft om jou tot Zich te trekken. Jezus ging dood aan Zijn liefde voor jou. Maar, zelfs de liefde van Jezus is machteloos, als jij het niet aanvaardt.”

Wat daar gezegd werd, is puur remonstrants en mag niet onweersproken blijven.

De remonstranten in het begin van de zeventiende eeuw spraken krachtig over de noodzakelijkheid van de genade. Zij noemden het geloof ook zonder meer een gave Gods. Maar zij zeiden tegelijk, dat die genade wederstandelijk is, en dat de beslissing uiteindelijk in de handen van de mens lag.

God wil namelijk alle mensen behouden. Christus heeft voor alle mensen voldaan. Maar de gewilligheid om de verlossing aan te nemen, moet van onze kant komen. Dat niet alle mensen zalig worden, is vanwege de weigering van de mens.

De remonstranten wilden zozeer recht doen aan de vrijheid en de verantwoordelijkheid van de mens, dat zij op zijn semipelagiaans Gods soevereiniteit daarvoor offerden. Zo maakten zij God afhankelijk van het schepsel. Gods genade is niet een alles werkende genade, maar een medewerkende genade. Het is een wederstandelijke genade. Christus heeft verlossing voor alle mensen mogelijk gemaakt. Grijp nu toch de kansen, door God u gegeven. Het ligt voor je klaar. God wil je alles geven, maar je moet er zelf ook wat aan doen.

Zo viel dat letterlijk te beluisteren op de EOjongerendag: “Zelfs de liefde van Jezus is machteloos, als jij het niet aanvaardt.” Het thema van de toespraak was “genade”. De remonstranten zeiden niet dat wij geen genade nodig hebben. De verwerving van de zaligheid is louter en alleen het werk van Christus, dat hielden zij vast. Maar de toeëigening moeten we zelf doen. Och, ons boze hart valt deze leer nog bij ook. Het is de leer van de mens die niet wil aannemen dat hij enkel kwaad kan voortbrengen en dat hij daarom önwederstandelijke genade nodig heeft. Deze leer houdt hem overeind. Hij wordt niet totaal afgebroken. Hij kan nog wat. Hij verkeert nog in de mogelijkheid om het heil in Christus aan te grijpen of niet.

In deze visie loopt de Heere – met eerbied uitgedrukt – achter de mens aan. Hij verkiest degenen die geloven. Geloof is dan niet een vrucht, maar de voorwaarde van de verkiezing. De geloofsbeslissing moet jij nemen.

Zit er toch niet een kern van waarheid in? Het is toch zo, dat wij om eigen schuld verloren gaan, wanneer wij de weg der zaligheid verwerpen? Ja, dat is waar. Maar zoals dat in Utrecht aan dertigduizend jongeren werd voorgehouden, is dat niet waar! Dat weet dat volk dat al wat geprobeerd heeft tot bekering te komen, maar dat in die weg ontdekt werd aan de totale onmogelijkheid. Die worden niet geholpen door een remonstrantse leer die de mens op zichzelf terugwerpt en zelfs durft zeggen: Als jij het niet aanvaardt, is Jezus’ grote liefde voor jou machteloos.

Die leren de noodzakelijkheid verstaan van een önwederstandelijk werk van de Heilige Geest. Alleen wanneer er een weg ontsloten wordt door een God Die in Christus het ganse werk der zaligheid voor Zijn rekening heeft genomen. Die hen Zelf met het ware geloof begiftigt en hen zo onfeilbaar brengt tot de zaligheid. Die voor hen ook de Heilige Geest en Zijn toepassend werk verworven heeft. Want die spreker zei het wel, volgens het verslag in de krant: “Wij hebben een God Die er alles aan gedaan heeft om jou tot Zich te trekken.” Maar hij sprak zichzelf vervolgens tegen, toen hij beweerde dat de liefde van Jezus machteloos zou blijven, “als jij het niet aanvaardt”.

Met eerbied gesproken, dan zou de Heere maar half werk doen. Als het zo was, dat Christus de zaligheid wel verworven had, maar Hij paste ze niet door Zijn Geest toe aan de harten van Zijn volk, zou de hemel leeg blijven. Maar heel het werk van zalig worden staat op Zijn Naam. Ook de toepassing. Daardoor alleen is er zaligheid mogelijk. Het is al zo dikwijls uitgedrukt: Als de mens, al was het ook maar een miljoenste deel, aan zijn zaligheid zou moeten toevoegen, dan was het voor ieder mens eeuwig kwijt.

Het gaat hier om een van de meest fundamentele zaken van het geloof: het enig zaligmakend, algenoegzaam werk van Christus. Hij is de totale Zaligmaker van Zijn volk, of Hij is geen Zaligmaker. Want zou Hij het maar enigszins ten dele zijn, zou het fundament der zaligheid zijn weggeslagen.

Van zijn ongeloof verlost te worden, is een önwederstandelijk wonderwerk. Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof, en dat niet uit u, het is Gods gave (Ef 2:8). Ons die geloven naar de werking der sterkte Zijner macht (Ef 1:19). Want u is uit genade gegeven in de zaak van Christus, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden (Filipp. 1:29). Het is alles geschonken door de onwederstandelijke werking des Geestes.

Wat een vuile leer dan, dat de mens de liefde van Jezus machteloos zou kunnen maken! Er geloofden zovelen als er geordineerd waren tot het eeuwige leven (Hand. 13:48). En wie niet gelooft? Wat hebben onze vaderen eenvoudig en waardig geantwoord op de remonstrantse beschuldigingen. “De oorzaak of schuld van dat ongeloof, gelijk ook van alle andere zonden, is geenszins in God, maar in de mens. Maar het geloof in Jezus Christus en de zaligheid door Hem is een genadige gave Gods” (D.L.I, 5). Verre zij God van goddeloosheid en de Almachtige van onrecht!

Wij zouden die dertigduizend jongeren wel allemaal de Dordtse Leerregels in handen willen drukken om te lezen. “Dat God sommigen in de tijd met het geloof begiftigt, sommigen niet begiftigt, komt voort van Zijn eeuwig besluit, want al Zijn werken zijn Hem van eeuwigheid bekend (Hand. 15:18), en Hij werkt alle dingen naar de raad van Zijn wil (Ef 1:11). Naar welk besluit Hij de harten der uitverkorenen, hoewel zij hard zijn, genadiglijk vermurwt en buigt om te geloven; maar degenen die niet zijn verkoren, naar Zijn rechtvaardig oordeel, in hun boosheid en hardigheid laat” (D.L. I, 6).

Zo is het dan niet desgenen die wil, noch desgenen die loopt, maar des ontfermenden Gods (Rom. 9:16). Want het is God, Die in u werkt beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen (Filipp. 2 : 13). Hij heeft besloten, doden levend te maken, vijanden tot kinderen te maken. Hij zorgt Zelf voor de verwezenlijking van Zijn wil. Hij is geen machteloos God, maar Hij waakt over Zijn eer. De Heere laat het niet aan Zijn verkorenen over, Christus aan te nemen of niet. Hij roept ze door Zijn Woord en Geest; Hij trekt ze; Hij begiftigt ze met het ware geloof; Hij maakt plaats voor Christus in hun hart; Hij maakt het werk der zaligheid af Die Hij tevoren verordineerd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt (Rom. 8 : 30).

Daarin ligt de troost van de kerk, dat Gods werk nooit verbroken kan worden.

Het is de nood van deze tijd, dat het heerlijk getuigenis van de allesoverwinnende genade van Christus, dat zo luisterrijk eeuwenlang in Nederland geschitterd heeft, thans zo verduisterd is geworden. De nazaten van de contra-remonstranten vallen thans de remonstranten in de armen. Het RD publiceerde cijfers volgens welke 27 procent van de bezoekers van de E O-jongerendagen afkomstig is uit de groep “bevindelijk gereformeerd”. Achtduizend jongelui die hun belijdenis verloochenen door op een plaats te komen waar zij niet horen.

Het is de nood van de gereformeerde gezindte dat voormannen pacteren met deze remonstrantse beweging, meedoen met dit soort activiteiten. Even later sprak op dezelfde jongerendag een hervormd predikant die zijn toespraak tot een hoogtepunt voerde door de jongelui in het Engels een belijdenis te laten nazeggen. Massaal klonk er: “Ik bouw mijn huis niet op zandgrond, maar op de Rots.” Arme jeugd die zo misleid werd. Want in dat Utrechtse stadion werd niet gebouwd op de enige Rots, maar op een geloofsaanvaarding die niet anders is dan de zandgrond van mensenwerk, met een kunstmatig door massaliteit en opzwepende muziek (“Amerikaanse gospelartiesten, praisemuziek en een fiks aantal decibels”) opgefokte blijdschap.

Wil je het hele artikel downloaden, klik hier