1 EEN psalm van David, als hij was in de woestijn van Juda.
2 O God, Gij zijt mijn God, ik zoek U in den dageraad; mijn ziel dorst naar U, mijn vlees verlangt naar U, in een land, dor en mat, zonder water.
3 (Voorwaar, ik heb U in het heiligdom aanschouwd, ziende Uw sterkheid en Uw eer.)
4 Want Uw goedertierenheid is beter dan het leven; mijn lippen zouden U prijzen.
5 Alzo zou ik U loven in mijn leven, in Uw Naam zou ik mijn handen opheffen.
6 Mijn ziel zou als met smeer en vettigheid verzadigd worden, en mijn mond zou roemen met vrolijk zingende lippen.
7 Als ik Uwer gedenk op mijn legerstede, zo peins ik aan U in de nachtwaken.
8 Want Gij zijt mij een Hulp geweest, en in de schaduw Uwer vleugelen zal ik vrolijk zingen.
9 Mijn ziel kleeft U achteraan; Uw rechterhand ondersteunt mij.
10 Maar dezen, die mijn ziel zoeken tot verwoesting, zullen komen in de onderste plaatsen der aarde.
11 Men zal hen storten door het geweld des zwaards; zij zullen den vossen ten deel worden.
12 Maar de koning zal zich in God verblijden; een iegelijk die bij Hem zweert, zal zich beroemen; want de mond der leugensprekers zal gestopt worden.
Voordat je begint te lezen
• Lees de inleiding van de kanttekenaren.
• Wat zijn volgens jou kernwoorden in deze inleiding?
• Wat betekent het om ergens echt naar te verlangen?
Eerste keer lezen
1. Lees de Psalm hardop
2. Beantwoord de vragen: (kun je het antwoord ook bewijzen?)
a. Waar is David?
b. Waar verlangt David naar?
c. Weet David wie de Heere is?
3. Kun je nog een vraag bedenken? Stel deze vraag aan elkaar.
4. Davids grootste gemis is niet veiligheid, maar God Zelf. Stelling: ‘Dit is bij elk kind van God zo’. Ben je het hiermee eens?
5. Zoek in de tekst de signaalwoorden ‘want’ en omcirkel deze. Maak de volgende zinnen af. Gebruik hierbij de taal van de Bijbel.
a. Vers 2 en 3: David verlangt naar God want …
b. Vers 7 en 8: David denkt aan God want …
6. Stelling: ‘David is in deze Psalm een type van Christus’. Ben je het hiermee eens?
7. Zoek de geschiedenis op die bij deze Psalm hoort. (Zie kantt. 1). Welke gebeurtenissen vonden plaats in de tijd waarin David deze Psalm dichtte?
Tweede keer lezen
8. Lees de Psalm hardop met elkaar.
9. In het Bijbelgedeelte lees je de volgende woorden:
• Zoeken; dageraad; mat; de koning; heiligdom; schaduw.
Gebruik de kanttekeningen en probeer de woorden te verbinden met één van de volgende betekenissen:
• Messias; beschutting; David; vermoeid; aanroepen of bidden; vroeg en met ijver.
10. Print de tekst uit of schrijf de tekst over. Kleur in de tekst:
a. Groen -> Hoe David zich voelt.
b. Rood -> Wat David doet
c. Blauw -> Waar David naar verlangt.
d. Geel -> Wat er met Saul zal gebeuren.
e. Oranje -> Wat er met David zal gebeuren. (tip: kanttekening 26)
11. Denkvraag: David verlangt naar het heiligdom. Wat gebeurde er in het heiligdom? Waarom zou David nu juist dáár naar verlangen.
12. Denkvraag: Hoe wordt in het heiligdom Gods eer en sterkte gezien?
13. Stelling: ‘Psalm 63 is óók een blijde Psalm’. Ben je het hiermee eens? Kijk naar kanttekening 26.
Afsluiting
– 14. Welke tekst uit deze Psalm zou je deze week uit je hoofd willen leren? Schrijf deze tekst ergens op en leg het blaadje op een goed zichtbare plaats. Zullen we volgende week kijken of het gelukt is?
15. Kun je de inhoud van Psalm 63 in één zin samenvatten?
Zingen: Zing een aantal verzen van Psalm 63 met elkaar.